← Terug naar kennisbank

AI Nieuws

Een gevallen stroomkabel legt een groeiend probleem met datacenters bloot

Een gevallen stroomkabel legt een groeiend probleem met datacenters bloot

·

Leestijd: 4 min

Een stroomkabel viel deze week buiten Washington DC uit. Normaal herstelt het elektriciteitsnet zich binnen enkele seconden. Nu duurde het meer dan tien minuten voordat het net weer stabiel was — omdat meer dan 3 gigawatt aan datacenters vrijwel tegelijk stopte met stroom afnemen.

Wat er precies gebeurde

Een stroomkabel die uitviel zorgde voor een spanningsschok op het netwerk van PJM Interconnection, de netbeheerder die van New Jersey tot Illinois stroom regelt voor zo'n 67 miljoen klanten. Sensoren van Ting Labs lieten zien dat de spanning omhoog schoot van Noord-Virginia tot aan Chicago. Dit veroorzaakte knipperende verlichting in het hele gebied, maar geen grootschalige black-out.

Toen de kabel uitviel, schakelden veel datacenters in Noord-Virginia tegelijk over op noodstroom (backup power). Daardoor verdween binnen ongeveer 30 seconden ongeveer 3,1 gigawatt aan belasting van het net; op het hoogtepunt was dat 3,49 gigawatt. Dat stond gelijk aan ongeveer 3% van de vraag op PJM op dat moment.

Waarom een paar procent zoveel uitmaakt

Het elektriciteitsnet moet bijna perfect in balans zijn: wat er wordt geproduceerd moet bijna precies gelijk zijn aan wat er wordt gebruikt. Als er ineens veel minder vraag is, stijgt de spanning; als er ineens veel meer vraag is, daalt de spanning. Kleine schommelingen kunnen apparatuur verdragen, maar grotere schommelingen zetten beveiligingen in werking. Die beveiligingen kunnen schakelen of uitvallen, en dan raken delen van het net of gebouwen losgekoppeld.

In dit geval reageerden de datacenters automatisch op de spanningsdip door af te schakelen naar hun noodsystemen. Omdat veel datacenters dicht bij elkaar staan en in dezelfde paar seconden dezelfde keuze maakten, verminderde de vraag plotseling en kwam het net in een onstabiele fase terecht. Daardoor duurde het herstel veel langer dan normaal.

Wat kan er anders en beter?

Er zijn twee hoofdrichtingen om dit soort problemen te verminderen:

  • Geordende aansturing: datacenters die dicht bij elkaar staan, zouden niet allemaal exact tegelijk moeten af- of inschakelen. Als het afschakelproces achter elkaar gebeurt, in plaats van allemaal tegelijk, kan het net het beter opvangen. Netbeheerders en datacenters moeten hier afspraken over maken en procedures oefenen.

  • Datacenters die storingen 'opvangen': sommige bedrijven ontwikkelen systemen waardoor een datacenter als één nette, stabiele belasting voor het net verschijnt. In plaats van dat elk onderdeel apart reageert, bouwt een systeem een buffer van batterijen en slimme omvormers om het hele complex heen. Het net ziet dan één constante vraag en niet de pieken en dalen van servers, koeling en andere apparatuur.

Een bedrijf dat deze aanpak ontwikkelt, bouwt als het ware een ononderbroken stroomvoorziening (UPS) voor een heel datacenterterrein. Die oplossing kan:

  • extra stroom gebruiken om batterijen te laden als het net teveel levert,

  • batterijen inzetten om servers van stroom te blijven voorzien als de stroom afneemt,

  • binnen milliseconden reageren op spanningswisselingen zodat het net geen scherpe pieken of dalen krijgt.

ON.Energy installeert op dit moment systemen met een gezamenlijke capaciteit van 3 gigawatt op vier datacenterlocaties. Zulke systemen kunnen ook helpen om rekenwerk — bijvoorbeeld grootschalige AI-training — op een flexibele manier omhoog of omlaag te draaien zonder het net te belasten.

Wat doen de netbeheerders?

Netbeheerders trekken inmiddels aan de bel. Sommige regio's, zoals Texas (ERCOT), zullen grote verbruikers verplichten om storingen te doorstaan zonder direct los te koppelen (“ride through”). Dat betekent dat datacenters en andere grote afnemers moeten aantonen dat ze stroomstoringen kunnen opvangen zonder het net extra te ontregelen.

De recente gebeurtenis was groter dan een vergelijkbaar incident in 2024, toen zo'n 60 datacenters tegelijk 1,5 gigawatt van het net trokken. Analyses tonen dat datacenters nu een steeds groter deel van de vraag uitmaken; in sommige berekeningen kunnen ze tegen 2040 ongeveer een kwart van de vraag zijn. Als er niets verandert, vergroten zulke gelijktijdige reacties het risico op ernstiger netproblemen.

Conclusie

Het incident bij Washington laat zien dat de concentratie van datacenters dichtbij elkaar een nieuw risico voor het elektriciteitsnet vormt. Kleine storingen kunnen uitgroeien tot grotere spanningsschommelingen als veel datacenters tegelijk reageren. Oplossingen liggen deels bij betere coördinatie en deels bij technische systemen die datacenters in staat stellen verstoringen te absorberen in plaats van zich direct los te koppelen. Zonder maatregelen groeit het risico naarmate meer datacenters en meer rekenkracht online komen.

Vul je e-mail in om dit artikel te lezen

Gratis, geen spam. Je kunt je altijd weer uitschrijven.

Je e-mailadres wordt uitsluitend gebruikt voor updates over de Kennisbank en belangrijke berichten van Relue.