← Terug naar kennisbank

AI Nieuws

Garry Tan (Y Combinator): Amerikaanse labs moeten óók kennis uit grote AI‑modellen halen

Garry Tan (Y Combinator): Amerikaanse labs moeten óók kennis uit grote AI‑modellen halen

·

Leestijd: 3 min

Garry Tan, de baas van startupversneller Y Combinator, zegt dat Amerikaanse AI‑labs toegang moeten krijgen tot dezelfde technieken die sommige Chinese teams gebruiken om kennis uit zeer grote modellen te halen. Hij pleit ervoor regels hiervoor niet te strikt te maken, zodat er in de VS meer open alternatieven ontstaan.

Wat bedoelt men met "kennis halen" uit een model?

Het gaat om een methode waarbij een model uitgebreid wordt bevraagd om te leren hoe een ander model redeneert en reageert. Dit proces wordt vaak toegepast door onderzoekers om nieuwe modellen te trainen. Soms spreken mensen over "distillatie" of "destillatie" — kort gezegd: een grotere of andere AI benutten om kennis over te dragen aan een nieuw model.

Als jij je afvraagt of dat mag: Tan zegt nadrukkelijk dat hij niet bedoelt dat er ergens met gestolen accounts of frauduleuze methoden gewerkt moet worden. Hij wil dat Amerikaanse labs gewoon via de normale weg naar binnen kunnen komen en informatie mogen gebruiken.

Waarom Tan dit belangrijk vindt

Tan noemt twee hoofdredenen waarom Amerikaanse labs dit moeten kunnen doen:

  • Het moet klanten niet te veel beperken wat ze met de informatie van een model mogen doen.

  • Er moet in de VS meer balans zijn tussen gesloten, commerciële spelers en open modellen. Met open modellen (waarbij het model en de onderliggende gewichten openbaar zijn) kunnen meer mensen en bedrijven werken en innoveren.

Hij wijst er ook op dat grote commerciële AI‑bedrijven in het verleden veel menselijke teksten en andere bronnen gebruikten om hun modellen te trainen, vaak zonder voorafgaande toestemming van rechthebbenden. Daarom vindt hij het vreemd als diezelfde bedrijven nu zouden bepalen wat anderen mogen doen met de output van die modellen.

Tegenspraak van andere partijen

Niet iedereen is het met Tan eens. Sommige bedrijven en onderzoekers maken zich zorgen over misbruik. Het bedrijf Anthropic publiceerde een rapport waarin staat dat sommige Chinese labs volgens hen illegaal te werk zouden gaan: ze zouden hun identiteit verbergen en frauduleuze gegevens gebruiken om zulke distillatie‑acties uit te voeren. Anthropic riep Amerikaanse toezichthouders op om hierop te letten.

Tan reageert dat probleem niet te willen bagatelliseren, maar hij benadrukt dat verboden of te strenge regels ook nadelen kunnen hebben. Volgens hem is het beter dat legitieme, kleinere Amerikaanse labs vrij zijn om te werken met geavanceerde modellen, zodat er meer open, betrouwbare alternatieven bestaan.

Wat wil Tan voorkomen?

Tan maakt zich zorgen over één scenario dat hij het ergste vindt: dat alle macht in AI bij één groot, gesloten bedrijf terechtkomt. In dat geval heeft dat bedrijf het meeste geld, de beste onderzoekers en dan ontstaat er een monopolie dat innovatie en keuzevrijheid belemmert. Dat scenario noemt hij een nachtmerrie.

Daarom pleit hij voor een evenwicht:

  • Frontier‑labs (de meest geavanceerde onderzoekscentra) moeten blijven bestaan en gefinancierd worden.

  • Openere modellen moeten beschikbaar blijven om mensen keuze en toegang te geven.

Conclusie

Garry Tan wil dat Amerikaanse AI‑onderzoekers vrij zijn om technieken te gebruiken die kennis uit geavanceerde modellen halen, zonder dat regels dat zomaar blokkeren. Hij ziet dit als een manier om concurrentie en publieke toegang te versterken en om te voorkomen dat één bedrijf alle macht over AI concentreert. Tegelijkertijd erkennen critici risico's rond misbruik en fraude, wat leidt tot een lopend debat over hoe openheid en veiligheid in balans moeten blijven.

Vul je e-mail in om dit artikel te lezen

Gratis, geen spam. Je kunt je altijd weer uitschrijven.

Je e-mailadres wordt uitsluitend gebruikt voor updates over de Kennisbank en belangrijke berichten van Relue.