← Terug naar kennisbank
AI Nieuws
Laserverbindingen uit de ruimte: een alternatief voor onderzeekabels
Laserverbindingen uit de ruimte: een alternatief voor onderzeekabels
·
Leestijd: 4 min


Endeavor Optical Networks (EON), een jonge start-up, werkt aan een netwerk van satellieten die onderling en met de aarde communiceren met laserstralen. Het idee is simpel: veel dataverkeer tussen datacenters gaat nu via onderzeese glasvezelkabels. Die kabels zijn kwetsbaar, duur om aan te leggen en moeilijk te repareren. EON denkt dat laserverbindingen vanuit de ruimte op bepaalde routes een betrouwbaarder of sneller alternatief kunnen worden.
Wat EON precies wil bouwen
EON wil ongeveer twintig satellieten lanceren die elk een directe, laser-gestuurde verbinding tussen twee continenten kunnen verzorgen. De bedoeling is dat die eerste kleine vloot continue dekking biedt voor vroege klanten. Voor klantverbindingen kiest het bedrijf meerdere grondstations verspreid over regio’s, zodat er altijd een plek is met goede weersomstandigheden.
EON richt zich vooral op grote cloudbedrijven en AI-labs — de organisaties die het meeste data verplaatsen — en op trajecten waar veel verkeer is of waar weinig infrastructuur bestaat. Denk aan lange afstanden zoals tussen Frankrijk en Australië, of eetpaden waar nu weinig glasvezel ligt, zoals tussen Afrika en Zuid-Amerika. Klanten kunnen capaciteit exclusief inkopen, zodat zij volledige controle houden over hun dataverkeer.
Waarom ruimte-lasers interessant zijn
Onderzeese glasvezelkabels zijn moeilijk en duur te herstellen als er iets kapotgaat.
Draadloze oplossingen op aarde hebben vaak niet genoeg capaciteit voor de grootste datastromen.
Lasercommunicatie kan veel hogere snelheden leveren dan traditionele radiosignalen.
NASA en enkele commerciële partijen hebben al aangetoond dat lasers uit de ruimte data naar de aarde kunnen zenden. Die tests stuurden tot nu toe tientallen gigabits per seconde (bijvoorbeeld 2,5 Gbps). EON zet in op veel hogere snelheden: uiteindelijk minstens 2,4 terabit per seconde (Tbps) op sommige verbindingen. Ter vergelijking: 1 terabit is 1.000 keer zoveel als 1 gigabit; het gaat dus om enorme hoeveelheden data per seconde.
Technische uitdagingen en aanpak
Lasercommunicatie heeft één groot probleem: de atmosfeer. Wolken, regen en atmosferische verstoringen kunnen het laserlicht vervormen of blokkeren. EON wil dat probleem tackelen met meerdere praktische stappen:
Zorgvuldig gekozen grondstations op verschillende locaties, zodat altijd minstens één heldere route beschikbaar is.
Redundantie: meerdere grondplekken en satellieten maken de verbinding betrouwbaarder.
Technische verfijning van de optische apparatuur en de richtmechanismen (zoals gimbals, de systemen die de laser nauwkeurig richten).
EON investeert in een eigen optica-lab en wil eerst grondtests doen voordat er een demonstratiesatelliet wordt gelanceerd. Met de huidige seed-financiering van 10,75 miljoen dollar gaan ze engineers aantrekken, testen uitvoeren en de hardware ontwikkelen. De eerste demonstratiesatelliet wordt naar verwachting rond eind 2027 gelanceerd en moet al snelheden halen van 800 Gbps tot mogelijk 1 Tbps — sneller dan eerdere demonstraties.
Wie er achter EON zitten en hoe ze het willen doen
De oprichters zijn CEO Charlie Horowitz en CTO Tyler Presser. Het team telt mensen met ervaring bij satellietfabrikanten en grote netwerkinfrastructuurbedrijven, waaronder ex-medewerkers van Google en Amazon. Horowitz heeft eerder bij een satellietbouwer gewerkt en brengt operationele ervaring mee.
EON kiest voor een hybride aanpak: ze maken zelf de kritieke optische communicatie-eindpunten en kopen kant-en-klare satellietplatforms (satellietbussen) van derden. Zo kan het bedrijf zijn budget richten op onderdelen die echt precies moeten werken en sneller in de lucht komen.
Concurrentie en realisme
EON is niet de enige speler met ruimte-lasers in gedachten. Blue Origin werkt aan TeraWave, een veel groter plan met duizenden satellieten en nog hogere beoogde snelheden. Grotere plannen vragen vaak meer tijd en investering. Een kleinere vloot zoals die van EON zou sneller lanceerbaar zijn, maar moet wel dezelfde technische problemen oplossen.
Experts waarschuwen dat datacenters strenge eisen stellen op vlak van kwaliteit en redundantie. Satellietnetwerken ontwikkelen zich van noodoplossing naar structurele infrastructuur, maar het kost tijd en veel engineering om ze betrouwbaar genoeg te maken voor vitale dataverbindingen.
Conclusie
EON zet in op laserverbindingen vanuit de ruimte als alternatief voor sommige onderzeese glasvezelroutes. Voor lange of slecht bediende verbindingen kan dit sneller of praktischer zijn, mits de belangrijkste technische uitdagingen—met name storingen door het weer—opgelost worden. Met een kleine vloot en een gerichte aanpak probeert EON snel te testen en in de praktijk te brengen wat grotere spelers later misschien op veel grotere schaal willen doen. Of dat ook daadwerkelijk het dataverkeer van de oceaan naar de ruimte verplaatst, zal de komende jaren duidelijk worden.