← Terug naar kennisbank
AI Nieuws
·
Leestijd: 4 min
Een paar onderzoekers laten planten als het ware vertellen wat ze nodig hebben. Ze meten tiny elektrische veranderingen in de stengel en gebruiken een leerprogramma om die signalen te vertalen naar praktische adviezen voor telers en bosbeheerders.
Hoe werkt het?
Het bedrijf plaatst kleine sensoren op planten. Die sensoren lijken ongeveer op een opgevouwen iPhone en worden met roestvrijstalen schroeven vastgezet in het cambium (de laag levende weefsels direct onder de schors). De schroeven maken contact met microvoltveranderingen (heel kleine elektrische stroompjes) die door de plant lopen.
De sensoren sturen die gegevens via een energiezuinig draadloos netwerk naar een basisstation. Vanaf daar gaat alles naar een computer in de cloud (servers op afstand) waar het model, genaamd Bombadil, de signalen analyseert en terugkoppeling geeft aan de gebruiker.
Bombadil is een groot taalmodel (een computerprogramma dat patronen leert uit veel voorbeelden) dat is getraind op data van meer dan 125 verschillende plantensoorten. De makers begonnen met bestaande instrumenten zoals bodemprobes, spectroscopen die je met de hand houdt en satellietbeelden om het model te leren wat bepaalde elektrische patronen betekenen.
Wat meten die sensoren precies?
De techniek probeert direct in de plant te luisteren. Dat geeft informatie over dingen die andere tools alleen indirect of later detecteren.
Waterbehoefte: signalen veranderen wanneer een plant dorst heeft.
Voedingsstoffen: elektrische patronen kunnen aangeven of de plant mest mist.
Lichtbehoefte: planten geven signalen af als ze meer of minder licht willen.
De sensoren hoeven niet overal tegelijk te zitten. Volgens de makers volstaan een paar sensoren per acre voor betrouwbare inzichten.
Waarom is dit nuttig voor telers en boseigenaren?
Traditionele meetmethodes geven vaak pas later of indirect informatie. Denk aan bodemvochtmeters, spectroscopen of satellietbeelden. Die apparatuur werkt goed, maar kan achterlopen op wat de plant op dat moment nodig heeft.
Het directe luisteren naar elektrische signalen heeft een paar mogelijke voordelen:
Snellere reacties: je ziet de behoefte van de plant vrijwel realtime.
Lagere kosten voor sensoren: de nieuwe sensoren kosten naar eigen zeggen tientallen euros, terwijl veel bestaande apparaten duizenden euros vragen.
Besparen op water en mest: het bedrijf stelt dat systemen met Bombadil het waterverbruik met ongeveer 20% kunnen verminderen en tegelijk de opbrengst kunnen verhogen.
Toepassingen liggen voor de hand in de landbouw en bosbouw. Je kunt de informatie gebruiken om te bepalen wanneer je water geeft, of wanneer je bemest. Dat maakt onderhoud gerichter en mogelijk goedkoper.
Wie zit erachter en hoe ver is het project?
Het initiatief is begonnen nadat een van de oprichters een plant zag die zichzelf naar het licht schoof wanneer die licht nodig had. Twee van de betrokkenen zijn Justin Mast en Lee von Kraus; de laatste werkte eerder als neurowetenschapper voor DARPA (een Amerikaanse onderzoeksorganisatie). Ze richtten samen het bedrijf op en noemden het Electric Plant.
Recent haalde het bedrijf een investeringsronde van 11,2 miljoen dollar binnen. De ronde werd geleid door Onto Ventures en Climactic, met meerdere andere investeerders.
Bombadil draait inmiddels op data van meer dan 125 soorten. Die soorten lopen uiteen van varens en reuzensequoia's tot tomaten en dahlia's. Volgens de oprichters is dit het meest diverse model dat ooit is gemaakt voor biologische elektrische signalen.
De huidige focus is vooral luisteren: het systeem vertaalt signalen naar begrijpelijke aanwijzingen voor de gebruiker. De oprichters zien een toekomst waarin mensen niet alleen luisteren, maar ook in zekere zin met planten kunnen ‘praten’ — maar eerst moet luisteren goed werken.
Praktische kant: wat betekent dit voor jou?
Als je zelf teelt, beheert of geïnteresseerd bent in natuurbeheer, kan deze techniek het volgende betekenen:
Minder giswerk bij water geven en bemesten.
Goedkoper sensorbeheer, omdat er minder en goedkopere sensoren nodig zijn.
Mogelijk hogere opbrengst door sneller en gerichter ingrijpen.
De technologie zit nog in ontwikkeling en wordt al bij vroege klanten getest. Hoe breed en precies de voordelen in de praktijk uitvallen, hangt af van de teeltsoort, locatie en manier van werken.
Conclusie
Een nieuw soort sensor plus een speciaal ontwikkeld computerprogramma proberen planten 'van binnenuit' te begrijpen. De aanpak meet elektrische signalen in het levende weefsel en vertaalt die naar bruikbare informatie voor telers en bosbeheerders. Als de beloften uitkomen, kan dat zorgen voor minder waterverbruik, lagere kosten en betere opbrengsten — en uiteindelijk voor een nieuwe manier om directer met planten te werken.
