← Terug naar kennisbank

AI Nieuws

Satlyt bouwt software om AI op satellieten te draaien en haalt €7,6 miljoen op

Satlyt bouwt software om AI op satellieten te draaien en haalt €7,6 miljoen op

·

Leestijd: 4 min

Satlyt wil satellieten slimmer maken door AI direct in de ruimte te draaien. Het bedrijf is opgericht door Rama Afullo, die eerder bij Google Cloud en kort bij SpaceX werkte. Hij verliet SpaceX omdat zijn idee — meer computerkracht in de ruimte gebruiken — intern niet werd opgepakt, en richtte Satlyt op om dat alsnog mogelijk te maken.

Wat doet Satlyt?

Satlyt bouwt software waarmee satellieten samen rekenwerk kunnen uitvoeren. Het doel is dat meerdere satellieten taken delen, zodat zware berekeningen niet altijd naar de grond gestuurd hoeven te worden.

Het bedrijf vergelijkt zijn aanpak met bekende platforms als VMware en Snowflake: gebruikers kunnen complexe software laten draaien zonder zich druk te maken over de onderliggende apparatuur. Satlyt zelf bouwt geen raketten of satellieten; het levert de besturingssoftware die op verschillende soorten satellieten moet kunnen werken.

Waarom is dit nuttig?

Satellieten sturen grote hoeveelheden data terug naar de aarde. Dat is vaak traag en duur. Als een satelliet zelf data verwerkt of beslissingen neemt met behulp van AI, scheelt dat:

  • minder verzendkosten voor data,

  • snellere reactie bij storingen of afwijkingen,

  • lagere noodzaak voor continue menselijke tussenkomst vanaf de grond.

Satlyt richt zich eerst op deze praktische efficiëntieverbeteringen. Volgens Afullo kan dat per satelliet jaarlijks duizenden tot honderdduizenden dollars schelen, afhankelijk van het soort taak en de hoeveelheid data.

Eerdere testen en komende lancering

Satlyt voerde al twee demonstraties uit in de ruimte. In een van die tests draaide het bedrijf een AI-model van Google DeepMind (Gemma) op een satelliet van Momentus. Dat model verkleinde de hoeveelheid data die voor een foutmelding terug naar aarde moest worden gestuurd met meer dan 60%. Zo’n vermindering levert directe kostenbesparing op.

Deze week gaat Satlyt’s software mee op een nieuwe missie van TakeMe2Space, een Indiaas bedrijf dat computerhardware voor satellieten bouwt. Op die vlucht staat software van drie partijen gepland:

  • NASA — om protocollen voor cloudcomputing in de ruimte te testen.

  • Stellerian — een start-up die zich richt op het volgen van objecten in de ruimte; zij testen beeldverwerking.

  • TakeMe2Space — om aan te tonen dat hun satelliet software van anderen kan hosten.

Deze missie gaat ook tegelijk met een prototype voor Google’s eigen ruimte-data-centrumproject, Project Suncatcher, de lucht in.

Techniek en de markt

Op dit moment zijn er nog maar weinig krachtige grafische processors (GPUs) in een baan om de aarde. Daardoor richten de meeste toepassingen zich nu op minder intensieve rekenklussen: foutdetectie, lokale sensorverwerking en beeldbewerking.

Satlyt werkt eraan om over meerdere satellieten een gedeeld rekenplatform te maken — in feite een ‘cloud’ in de ruimte. Het bedrijf wil volgend jaar proberen twee satellieten te koppelen en daar een gezamenlijk rekenwerk te laten draaien. Lukt dat, dan wordt het mogelijk om als externe partij rekenkracht aan verschillende satellietbouwers te leveren.

Financiering en ambitie

Satlyt haalde een seedronde van $8 miljoen (ongeveer €7,6 miljoen) op. De ronde werd geleid door Non Sibi Ventures uit Houston. Een van hun partners is Bernard Harris, die jarenlang als NASA-astronaut heeft gewerkt. Non Sibi gaf aan dat Satlyt geen afhankelijkheid heeft van grootschalige ruimte-datacenters om succesvol te zijn; groei kan ook komen door het toenemende aantal satellieten dat op de markt komt.

Afullo zegt dat hij verwacht dat bijna elke satellietbouwer binnen enkele jaren geavanceerdere processors in hun ruimtevaartuigen plaatst. Zijn doel is dat Satlyt tegen het einde van het decennium op ongeveer 20% van alle satellieten aanwezig is.

Conclusie

Satlyt bouwt een softwarelaag die satellieten in staat stelt slimmer en zelfstandiger te werken. Door werk op de satelliet zelf te doen, kan veel data en geld worden bespaard. De komende tests moeten uitwijzen of de aanpak zich op grotere schaal laat uitrollen, en of een echte ‘cloud’ in de ruimte praktisch haalbaar is.