← Terug naar kennisbank

AI Nieuws

VS steunen OpenAI in debat over gebruik van auteursrechtelijk materiaal voor AI‑training

VS steunen OpenAI in debat over gebruik van auteursrechtelijk materiaal voor AI‑training

·

Leestijd: 4 min

De Amerikaanse regering heeft in een rechtszaak over AI‑training een schriftelijke verdediging ingediend ten gunste van OpenAI. Die verdediging ondersteunt het gebruik van auteursrechtelijk beschermd materiaal door het bedrijf om grote taalmodellen te trainen. De zaak is aangespannen door krant The New York Times en loopt in een federale rechtbank in New York.

Wat gebeurde er?

The New York Times klaagt OpenAI omdat het bedrijf teksten van de krant gebruikt zou hebben om zijn modellen te trainen, zonder toestemming. De Trump‑administratie stuurde een 20 pagina’s tellend schrift waarin zij OpenAI steunt. De regering noemt het belangrijk dat de Verenigde Staten leidend blijven in kunstmatige intelligentie.

De brief verwijst naar een uitvoerend besluit van de president dat maatregelen wil wegnemen die volgens de regering Amerikaans leiderschap in AI zouden kunnen belemmeren.

Waar draait de rechtszaak om?

Bij moderne chatbots zoals ChatGPT, Claude en Gemini draait alles om grote taalmodellen, vaak afgekort als LLMs. Die modellen leren taalpatronen uit enorme verzamelingen van teksten: boeken, artikelen en andere media. Veel van dat materiaal is auteursrechtelijk beschermd.

De kernvraag in de zaak is of het zonder toestemming gebruiken van zulke teksten om een model te trainen verboden is. Dat ligt ingewikkeld. Een belangrijk begrip hierbij is fair use, een uitzondering in het auteursrecht die in sommige gevallen toestaat om werk van anderen te gebruiken zonder toestemming. Of het trainen van een model onder die uitzondering valt, hangt vaak af van of het werk genoeg wordt 'veranderd' of 'getransformeerd' bij gebruik.

Wat zegt de Amerikaanse regering?

De regering stelt dat te strikte regels rond fair use de ontwikkeling van AI zouden remmen. In haar brief waarschuwt ze dat het beperken van training van LLMs kan zorgen dat Amerikaanse bedrijven achterlopen in dit snelgroeiende veld. Met andere woorden: volgens de brief is toegang tot omvangrijke tekstverzamelingen cruciaal voor innovatie en concurrentiekracht.

Belangrijk om te weten is dat deze brief geen rechterlijke uitspraak is. De regering is geen partij in deze rechtszaal en heeft geen beslissingsbevoegdheid. Toch kan zo’n officiële zienswijze wel invloed hebben op hoe rechters en andere overheidsinstanties naar de zaak kijken.

Eerdere uitspraken en context

De juridische strijd rond AI‑training en auteursrecht kent al meerdere belangrijke voorbeelden. In een eerdere zaak moest AI‑bedrijf Anthropic een schikking van 1,5 miljard dollar betalen aan een groep schrijvers. Die zaak draaide niet om het trainen van het model zelf, maar om de manier waarop de teksten verkregen waren: Anthropic gebruikte volgens de rechter onrechtmatige 'schaduwbibliotheken' om boeken te krijgen.

Een rechter in die zaak vergeleek het trainen van een model met hoe een mens leest om later iets nieuws te schrijven: het doel is niet om exacte kopieën te produceren, maar om op basis van gelezen werk iets anders te maken. Die invalshoek speelt ook in de discussie rondom fair use.

Wat betekent dit voor jou?

Als jij je afvraagt wat dit praktisch betekent: de uitkomst van deze zaak kan gevolgen hebben voor hoe AI‑bedrijven data verzamelen en welke teksten zij mogen gebruiken. Mogelijke gevolgen zijn:

  • Strengere regels die bedrijven dwingen om expliciete toestemming te vragen voor gebruik van teksten.

  • Meer ruimte voor bedrijven om grote tekstverzamelingen te gebruiken zonder vooraf toestemming te regelen.

  • Meer rechtszaken en onduidelijkheid totdat hogere rechters of wetgevers duidelijke regels vastleggen.

Voor gebruikers van AI verandert er waarschijnlijk niet direct iets. Voor schrijvers, uitgevers en makers kan de uitspraak echter belangrijk zijn voor hun rechten en inkomsten.

Conclusie

De Amerikaanse regering heeft zich formeel achter OpenAI geschaard in een lopende rechtszaak van The New York Times. Ze bepleit dat het gebruik van auteursrechtelijk materiaal voor het trainen van AI cruciaal is voor Amerikaans leiderschap op het gebied van kunstmatige intelligentie. De discussie draait vooral om de toepassing van fair use en of het trainen van modellen als voldoende 'transformatief' gezien kan worden.

De zaak is nog niet beslist en kan invloed hebben op toekomstige regels en praktijken rond de data waarop AI‑modellen worden getraind.

Vul je e-mail in om dit artikel te lezen

Gratis, geen spam. Je kunt je altijd weer uitschrijven.

Je e-mailadres wordt uitsluitend gebruikt voor updates over de Kennisbank en belangrijke berichten van Relue.